IV. Middeleeuwse haardstenen – Herdsteinen – Briques réfractaires de cheminée

Want create site? Find Free WordPress Themes and plugins.

4.1. Haardstenen, haardtegels en zijn geschiedenis

Wanneer we terug gaan naar het verleden, zelfs vóór de komst van de Romeinen, was er reeds algemeen sprake van een open vuur in de huizen, zowel bedoeld voor verwarming als voor het koken. Een mooi voorbeeld hiervan: de archéosite van Aubechies hier in Wallonië. De huizen waren toen nog op een afstand van elkaar gebouwd. De wanden waren van hout en opgetrokken in vakwerk en leem. De daken waren met stro of riet bedekt. In het midden van het woonvertrek bevond zich een stookplaats en de rook ging door een rookgat in het dak of via een rookgat in de gevel naar buiten. Open vuur en rondvliegende vonken vormden derhalve een constante bron van gevaar. En dat veranderde nauwelijks in de loop der eeuwen. Zelfs nog niet bij het ontstaan van de dorpen en steden waar de huizen relatief dicht, zelfs aan elkaar gebouwd werden. Wanneer ergens in een woning een brand uitbrak, kon een groot deel van een dorp of een stad in korte tijd afbranden en in de as gelegd worden. Hier is Poperinge daar een mooi voorbeeld van. Op 2 juni 1513 legde een grote brand in 2 uur tijd het grootste deel van de stad in as. En vijftig jaar later, dag op dag, op 2 juni 1563 gingen 800 huizen van de stad in vlammen op.

Het ontstaan van de haardstenen

In de tijd dat de Romeinen hier vier eeuwen waren is er over de geschiedenis van de baksteenproductie niet veel bekend (zie bakstenen). Op het einde van de 12e eeuw is er sprake van vestingmuren, kastelen, abdijen die waren opgetrokken in bakstenen. De oudste middeleeuwse bakstenen gebouwen in Vlaanderen dateren van omstreeks 1200. Voorbeelden hiervan zijn de Sint Salvatorkerk te Brugge en de Cisterciënzerabdij te Koksijde. Lange tijd nog werd hier in Vlaanderen nog gebruik gemaakt van natuurzandsteen om kerken te bouwen.

Of er in 13e eeuw al sprake was van brandhaarden en haardstenen vermoed ik van wel, gezien de rekeningen die gevonden werden uit de periode ca. 1400. Toen “Vlaamse stenen”, speciale stenen naar Engeland werden uitgevoerd om in de haarden gebruikt te worden.

Later om het brandgevaar te bestrijden vaardigde de overheid verordeningen uit en voorzag men (stads)huizen vanaf de 14e/15e eeuw dan ook van een brandmuur, een bakstenen muur waartegen een haard met schoorsteen en schouw werd aangebouwd.

Achteraf werden er toelagen gegeven om huizen opgetrokken in vakwerk en leem te vervangen door stenen huizen en daken te bedekken met pannen. Om ongevallen te voorkomen, werden deze huizen vervangen door stenen huizen. Achter het haardvuur bracht men oorspronkelijk gewone bakstenen aan die in een piramidevorm opeen werden gestapeld om de achterliggende muur tegen de hitte van het vuur te beschermen.

Zo ontstond de open haard, die eeuwenlang in ieder huis een centrale plaats innam en waardoor de woonkamer comfortabeler werd. Het werd niet alleen de plaats om te koken, maar ook de plaats waar men s ’avonds en vooral tijdens de lange winterdagen omheen zat om zich te verwarmen en heel lang bij het licht van de flakkerende vlammen naar die haardstenen te staren. Daar speelde een belangrijk deel van het meer intieme familieleven zich af. Vandaar het gezegde “Eigen haard is goud waard!”.

In de 15e eeuw toen steeds meer voorname huizen in de steden stenen muren kregen werd afgezien van de gewone bakstenen in de achterwand van de haard. Deze begonnen af te brokkelen en gingen niet al te lang mee omdat ze de hitte van het vuur niet lang overleefden.

Er werd gezocht naar een ander alternatief. Alleen vuurvaste haardstenen gemaakt van een homogene, fijne gele- en roodbakkende klei “een soort “chamotte stenen” overleefde de hitte wat langer.

De vroege ongeglazuurde vuurvaste gebakken haardstenen wijken van formaat niet veel af van de gewone bakstenen. Ze waren korter en dikker en in verschillende maten en kleuren, dit behoudens plaatselijke afwijkingen, 13,5 à 16 cm lang, 9 à 11 cm hoog en 6 à 9 cm dik, waarin er hoogstens vóór het bakken met een stempel in de nog vochtige klei een simpele versiering werd aangebracht, zoals een afweerteken.

In de 16e eeuw kwam daarin verandering. Men maakte voor de bekleding van de achterkant van een haard, juist vanwege die belangrijke plaats in het interieur, gebruik van ongeglazuurde bakstenen met een rijke reliëfversiering om een gedeelte van de binnenwand van de schouw te bekleden en de gewone bakstenen van de muur achter de haard te beschermen tegen de hitte van het vuur.

Daar die stenen niet goedkoop waren om een hele achterwand ermee op te trekken

was het gebruik van deze vuurvaste haardstenen beperkt. Men had er hoogstens vijftig voor nodig. Meestal werden de haardstenen in een rechte baan of soms in een driehoekige vorm in verspringend verband met leem gemetseld, met als sluitstuk daarbovenop een driehoekige, rechthoekige of half ovale deksteen. Soms waren die dekstenen of sluitstukken 30 tot 35 cm lang meestal twee tot drie maal zo groot als die van een gewone haardsteen en ongeveer 20 cm hoog, bekroond met het wapen van de landsheer, bijvoorbeeld dat van keizer Karel en een jaartal.

Mooie exemplaren hiervan werden dan ook aangetroffen in prestigieuze gebouwen, in stadshuizen en in paleizen. Voor de gewone man waren ze te duur en in hun kleinere huizen stelden ze zich tevreden met een kale muur.

De afbeeldingen

Omstreeks 1500 werden er zowel in Antwerpen als in Luik haardstenen gemaakt met eenvoudige taferelen zoals de adelaar, de leeuw, de lelie, de Bourgondische vuurslag, het Bourgondische kruis en portretten en voorstellingen uit de Bijbelse geschiedenis. Haardstenen met een bredere lijst en afbeeldingen van heraldische wapens kwamen overwegend uit Luik. Antwerpen had een veel smaller omlijsting.

Ongeveer een halve eeuw later maakten ze in Antwerpen haardstenen met een nog veel smallere lijst, de meeste slecht, 4 à 5 cm dik en versierd. Zo verschijnen er een hele reeks van een kleine dertigtal haardstenen met verschillende Bijbelse taferelen en portretten van vorsten in een fijne, dieprood bakkende klei.


Haardsteen met doorlopend patroon van ruiten en halve rozettenen staande leeuwen met jaartal 1604 (Luik). 133 x 86 x 44 mm.

Nadien werden er stenen gemaakt met een doorlopend ruitpatroon, met per steen twee staande ruiten of één ruit en twee halve omgeven door een bloem- of stralenmotief. De ruiten vormden een doorlopend patroon en de lijsten verdwenen. De ruiten of médaillons bevatten heraldische motieven, meestal opklimmende leeuwen, herten, bloemen of portretten en werden zeer populair.

In het eerste kwartaal van de 17e eeuw was de vraag naar dikke haardstenen drastisch teruggelopen en na 1625 werden er praktisch geen meer gebakken. Over het algemeen werden ze vervangen door gietijzeren haardplaten waardoor het rendement van een open haard tot 50 % werd verbeterd. De haardplaat neemt de warmte op en straalt deze weer uit. Hoe dikker de haardplaat, hoe sterker de werking. Naarmate de vraag naar haardplaten toenam werden de versieringen erop verfraaid met herdenkingen, familiewapens, Bijbelse taferelen en allerlei voorstellingen. Beuken- en eikenhout kwam in gebruik in plaats van turf, daartegen waren de haardstenen niet bestand.

In de tweede helft van de 17e eeuw kwamen de goedkopere dunnere reliëftegels in zwang en stilaan kwamen de geglazuurde tegels (de zogenoemde Delftse tegels) van goede kwaliteit in de mode waarmee de volledige haardwand werd bezet. Kort daarna verschenen de Vlaamse haardtegels met slibversiering vooral in Frans-Vlaanderen en Zuid-West-Vlaanderen.

In Luik heeft de haardsteenindustrie het langst standgehouden. Tot in de 18e eeuw werden er grove dikke lichtrode of gele stenen gebakken met een breedte omlijsting en fors patroon met heraldische motieven. In de 18e eeuw daalde de productie zienderogen (drastisch). De stenen werden minder dik en resulteerden in een soort van reliëftegels, waaronder grote tegels met motieven die met Louis XV- stijlen werden overladen.

In de 19e eeuw werden er nog tal van ongeglazuurde haardstenen in historiserend en romantische stijlen gebakken in een dunner uitvoering. In de 20ste eeuw werden er nog haardstenen gemaakt in de pottenbakkerij “Den Uil” in Brugge en in Poperinge in de pottenbakker “Ver Elst-Dupont / 1928-1961”. Maar veel daarvan zijn niet in omloop.

Tijdens het afbreken of het restaureren van oude gebouwen en verbouwingen worden er hier en daar nog heel wat heel wat 16e - en 17e eeuwse haardstenen aangetroffen, ook in Vlaanderen. Soms vind men ze ook terug op rommelmarkten en juist daarom zijn haardstenen en haardtegels voor velen een leuk verzamelobject geworden.

Herkomst

Over de herkomst van haardstenen is weinig bekend. Men gaat ervan uit dat de vroegste stenen uit de noordrand van de Ardennen afkomstig zijn, alhoewel dat tot nu toe niet kan worden bevestigd. Het oudste stenen zaalgebouw van het Gravensteen te Gent beschikt over haarden en de oudste in steen gedateerde haard is terug te vinden in Kortrijk. De tot nu toe oudste bekende tekst over de open haard uit Ieper komt uit 1344. Van waar kwamen de haardstenen die ca.1400 werden uitgevoerd via Nieuwpoort naar Engeland?

Een ding is zeker, voor al in het Maasgebied, tussen de Maas en de Rijn in Luik, Aken en Maastricht kenden de haardstenen hun opgang in de 15e eeuw en werden ze wijd verspreid. Ook Antwerpen als de grote leverancier is een van de belangrijkste productiecentra van haardstenen gebleven en breidde zijn productie uit in de 16e eeuw. Vanaf de 17e eeuw verschuift het productiecentrum terug naar Luik. Al spoedig werden de haardstenen ook in andere plaatsen vervaardigd. In Nederland vinden we haardstenen terug, vooral in de streek rond Utrecht. En in Duitsland werden er grote hoeveelheden haardstenen vanuit Niederrhein, een gebied dat grenst aan het zuidoosten van Nederland, naar België geëxporteerd. Die Duitse haardstenen waren dunner en sommige waren vierkant van vorm. Maar het langst werden zij zoals reeds gezegd in Luik geproduceerd.

Haardstenen - Herdsteine - Les briques de cheminée

Haardstenen uit Antwerpen met smalle lijst


140 x 95 x 21 mm.                                                                                              139 x 95 x 26 mm.

  1. Voorstelling: een vrijend paar met op de achtergrond enkele bomen en een hond.
  2. Voorstelling: Abraham en Melchisedek (Genesis. 14:17).


137 x 95 x 26 mm.                                                                                                   142 x 96 x 25 mm.

  1. Voorstelling:
  2. Voorstelling: de evangelist Markus met een schriftrol en voor zijn voeten ligt een leeuw.


142 x 96 x 27 mm.                                                                                                    142 x 97 x 27 mm.

  1. Voorstelling: Jezus die door Joannes wordt gedoopt in de Jordaan. Matthéüs 3:13.
  2. Voorstelling: een zeeslag waarbij gewapende mannen elkaar te keer gaan.


143 x 98 x 62 mm. Voorstelling: Susanna, die door de ouderlingen voor de rechter wordt geleid. (Daniël, 13:28)

Haardstenen uit Luik met brede lijst   -   Briques réfractaires / de feu de Liège.


136 x 97 x 67 mm.                                                                                                   137 x 100 x 68 mm.

1. Voorstelling:
2. Voorstelling: twee cupido’s die een guirlande vasthouden.


128 x 101 x 76 mm.                                                                                                131 x 97 x 67 mm.

Twee haardstenen met bloemmotief.


132 x 97 x 60 mm.                                                                                                 132 x 92 x 61 mm.

  1. Voorstelling:
  2. Haardtegel met voorstelling in reliëf van een griffioen.


136 x 97 x 63 mm.                                                                                                  138 x 104 x 63 mm.


138 x 95 x 83 mm.                                                                                                 136 x 103 x 63 mm.

  1. Reliëfdecor: voorstelling van een leeuw, geflankeerd door twee Franse lelies en het jaartal 1564.
  2. Haardsteen met het wapenschild van een prinsbisschop van Luik. Gedateerd 1683.


140 x 100 x 78 mm. Gedateerd 1561                                                                   137 x 93 x 82 mm

Twee haardstenen waarop het Luikse perron, altijd met een pilaar op een (groot) voetstuk afgebeeld, met bovenop een bol, peervormig of als rijksappel (L. pirum = peer), met aan weerszijden de letters G en G. Een perron of piroen zien we vaak tussen twee wapenschilden.
Links een wapenschild met de tweekoppige rijksadelaar en rechts het wapen van Ernst von Beieren, prinsbisschop van Luik (1581-1612).


135 x 90 x 80 mm.                                                                                                 135 x 95 x 81 mm. Getekend: 1611

1. Voorstelling het Luikse perron met het jaartal 1565. Links het wapenschild met tweekoppige rijksadelaar en rechts het wapenschild van Gerard van Groesbeek, prinsbisschop van Luik (1564-1581).

2. Haardsteen met links het wapenschild van Otto van Bylandt, baron van Rheydt (Ca.1525-1595) zoon van Johan Adriaan (1503-1549) en Irmgard Schenk von Nydeggen. Recht het wapenschild van zijn vrouw Maria van den Bongard (1535-1597).


113 x 150 x 67 mm.                                               65 x 100 x 62 mm.                                       124 x 165 x 63 mm

  1. Bloemenkorf
  2. Klein sluitstuk. Motief: een bloemenvaas waarin een bloem.
  3. Een Nederlands haardsteen, een hart omgeven door een bloemenkrans.


125 x 92 x 79 mm.                                                                                                  138 x 100 x 63 mm.


137 x 99 x 67 mm.                                                                                                   135 x 95 x 65 mm.

  200 x 84 x 69 mm.

  215 x 75 x 70 mm.


Tegelvorm in de moule: 167 x 110                                               Haardtegel 150 x 100 x15 mm.


Tegelvorm in de moule: 153 x 112 mm.                                     Haardtegel, 140 x 90 x 14 mm.


1. Haardsteen met de voorstelling van de hoorn van Overvloed. 147 x 90 x 23 mm. In het Latijns “cornu copia” wat betekend, cornu (hoorn) en copia (voorraad). Datering: ca.1700
2. Haardsteen met cartouche en bloemmotief. - 18e eeuw. 135 x 95 x 18 mm.


135 x 95 x 18 mm.                                                                143 x 107 x 20 mm.


135 x 95 x 20 mm.                                                              135 x 95 x 20 mm.
1.Reliëfdecor: voorstelling - een leeuw, geflankeerd door twee Franse lelies en jaartal 1565
2.Luik, reliëfdecor: voorstelling van een tweekoppige rijksadelaar waaronder de letters LS en jaartal 1596.


Reliëfdecor: voorstelling van het Luiks perron, vergezeld van de letters LG en het jaartal 1567 met onbekende wapens. 135 x 95 20 mm.

      
115 x 152 x 21 mm.                                               120 x 159 x 21 mm.

Haardstenen met daarop een vogel. Haardsteen rechts: met de initialen T en G . De haardsteen links is iets kleiner, zonder initialen.

   
118 x 156 x 21 mm.                                                      124 x 160 x 25 mm.
Haardstenen met waarop een vogel etend van een druiventros tussen blad- band- en bloemmotieven. Haardsteen rechts: met de initialen T en G. - Luik.

      
202 x 147 x 21 mm.                                                    210 x 160 x 50 mm.
1. Haardsteen: 15 x 20,5 x 2,5 cm. Een pelikaan die zijn drie jongen voedt met bloed uit zijn borst, verbeelden naar Christus. Geen ontgassinggaten – rode baksteen.
2. Haardsteen: Een Pelikaan die zijn drie jongen voedt met bloed uit zijn borst, verbeeldend naar de offerdood van Christus. - Luik, roodbakkend aardewerk / geen chamotte / ontgassinggaten.


1. Haardtegel - Luik, Heraldisch – uit het “Prinsenhof” van Johan Théodor van Beieren, prinsbisschop van Luik, 190 x 140 x 45 mm.
2. Rechthoekige haardsteen. Twee op hun achterpoten staande bokken, links en rechts van een wapenschild rustend op een sokkel. Luik, 205 x 165 x 50 mm, gedateerd 1764. - Roodbakkende chamotte / vijf ontgassinggaten.


Haardtegel uit het “Prinsenhof” van Johan Théodor van Beieren (°1703-1763) - Prinsbisschop van Luik, getekend: “17 JEAN THEODORE 54 ”. Afm. 215 x 150 x 50 mm.

Rechthoekige haardsteen uit het “ Prinsenhof” van Jean Theodore van Beieren ° 1703 en prins-bisschop van Luik (1744-1763), met de kardinaalshoek en tressen. Op de steen een spreukbalk met Jean Theodore en 1754. Johan Theodoor van Beieren  (München, 3 september 1703 - 27 januari 1763) was bisschop van Regensburg en Freising van en prins-bisschop van Luik. Onderaan de initialen T en G .
Als zoon van keurvorst Maximiliaan II Emanuel van Beieren volgde hij in 1719 zijn broer Clemens August I op in Regensburg. In 1727 werd hij bisschop van Freising. Hij ontving in 1730 de bisschopswijding, werd op 10 maart 1744 werd ook prinsbisschop van Luik (hij bleef dat tot zijn dood) en in 1746 kardinaal.


1. Een opgejaagd everzwijn. 202 x 133 x 21 mm.
2. Brique en relief, Noord-Frankrijk – 1887 * draak / dragon. 181 x 123 x 24 mm.


Haardsteen. Voorstelling van mascaron met aan beide zijden vruchtfestoenen. Hoeken versierd met kwart medaillons. 16e eeuw, 14 x 95 x 18 mm.

    
115 x 114 x 22 mm.                                                88 x 116 x 19 mm.  Ver Elst-Dupont, Poperinge


111 x 109 x 16 mm.                                             Maes, Torhout. 147 x 147 x 25 mm.


98 x 130 x 19 mm.                                     225 x 173 x 28 mm.


1.Reliëfdecor, voorstellend 'Pegasus' (het gevleugelde paard). 75 x 75 x 14 mm.
2. Roodbakkend chamotte, gedateerd 1553. 125 x 125 mm.

145 x 146 x 28 mm.


145 x 146 x 28 mm.


Reliëfdecor, voorstellend een driehoek met bloem. Sluitstuk.


Reliëfdecor, voorstelling van een leeuw en een kroon - 130 x 130 x 30 mm.


Reliëfdecor, voorstelling van een vis en een lus met de initialen CB. - 130 x 130 x 30 mm.

4.2 Bronnen, literatuur uit eigen bibliotheek:

  • Hertsteen en Cronement. Haardsten uit de zestiende en zeventiende eeuw. Hans Lägers. – Cultuurhistorie gemeente Utrecht, p/a Uitgeverij Matrijs, Utrecht, 2006.
  • Haardstenen en de haard. Maaslandse haardstenen, productie, verspreiding, toepassing en versiering. Ton Beijer, Eijsden 2011. Uitgave: Vereniging Ambachtshoes.– 124 blz.
  • Archeologische & Bouwhistorische kroniek 1983. Gemeente Utrecht. Overdruk Maandblad Oud-Utrecht, 1984-8/9.
  • Keramik von Niederrhein. Köln, 1988. Niederrheinische Herkeramik, Heinz-Peter Mielke, Blz.207-213
Did you find apk for android? You can find new Free Android Games and apps.